Stoeterij De Oorsprong te Huis ter Heide
Nog juist zichtbaar tussen de stalknechten Jhr.Mr. C.van Eysinga, toenmalig voorzitter van het "Friesch Paardenstamboek"
Het is een daad van cultureel belang geweest, dat op 5 november 1959 Jhr. C.van Eysinga, toenmalig vice-voorzitter van het Friesch Paardenstamboek, voor een aandachtig luisterend publiek uitvoerig verteld heeft over wat hij wist over het ontstaan, het werken en het verdwijnen van "De Oorsprong", gesticht door zijn oudoom Jhr.Mr.C.van Eysinga en een andere bekend figuur uit die tijd Jhr. A.Vegelin van Claerbergen.
"De Oorsprong" werd gesticht in 1880 en opgeheven in 1930. Van beide stichters nam Jhr.van Eysinga het grootste deel voor zijn rekening. Hij kon dit ook het gemakkelijkst doen omdat hij 's zomers te Huis ter Heide op "Bosoord" woonde. De stoeterij-gebouwen waren zijn werk. Het hoofdgebouw en een enkele vleugel werd gebouwd in 1885 en in 1886 kwam de dubbele vleugel gereed. De totale bouwkosten bedroegen ruim 20.000.--. Een heel bedrag voor die tijd.
Met de toenmalige directeur van de Landbouwschool te Wageningen, de heer L.Broekema, werd schriftelijk van gedachten gewisseld over wat er op fokkerijgebied gedaan moest worden om inderdaad tot verbetering en instandhouding van het Friese paard te kunnen komen. Dhr. Van Eysinga stond op het standpunt, dat verbetering in eigen ras moest worden gezocht en dat men op die manier constant goede eigenschappen kon terug krijgen.
Olga 1 no. 846 in 1892 voor de stoeterij.
Al was Jhr. Vegelin dan ook geldelijk bij deze onderneming betrokken, de onroerende goederen waren allen van Jhr. Van Eysinga. Dus o.m. het stoeterij-gebouw, maar ook de boereplaats (De Westerplaats genaamd). In die hoeve had van Eysinga een kamer. Een klein bedrijfje "De Strooyen hut" behoorde er ook bij. Alles was één geheel.
Geldelijk heeft de stoeterij nooit uitgekund.
Jhr. Van Eysinga, de nazaat, vertelde voorts, dat beide heren altijd zaterdags op "De Oorsprong" kwamen. Zij gingen daartoe met de trein naar Herenveen en dan met een open of gesloten rijtuig naar Huis ter Heide voor de administratie, om de lonen uit te betalen en zich op de hoogte te stellen van de gang van zaken.
Eerst vanaf 1902 verbleef Van Eysinga in de zomer op "Bosoord".
In 1885, dus direct na het begin, wordt al gefokt en ca. 1890 staan er ruim 60 paarden. De paarden worden allen onder het zadel gereden. Ze kwamen ook te staan voor een rijtuig met veren en men kan ze allen nog terug vinden in het registerboek van "De Oorsprong".
JJhr.C.van Eysinga op de sjees voor de stoeterij. Het paard voor de sjees is "De Regent"
De dekgelden bedroegen in die jaren 8 tot 10 gulden. De stoeterijchef kreeg van elke gedekte merrie een kwartje, dat hij echter niet mocht behouden, maar moest gebruiken om er koffie en sigaren voor te kopen.
De eerste hengst dekte tussen 1885 en 1900 -dus in 15 jaar- 40 tot 50 merries. Maar er hebben niet alleen Friese hengsten gestaan, ook vele Oldenburgers en Oost-friezen.
Het was juist gezien van de eigenaar om een open oog te hebben voor een ander dan het Friese ras, al was zijn doel om dit laatste te versterken en voor algehele ondergang te behoeden. Op "De Oorsprong" werd ook gekruist. Er werd veel geexperimenteerd, doch -zoals het meestal gaat- met weinig succes. In de handel vonden die producten altijd hun weg nog wel.
Er zijn op "De Oorsprong in totaal 172 Friese paarden geweest, waarvan er maar ...48 in het stamboek werden opgenomen, vermoedelijk een gevolg van het vele experimenteren.
Er werden ook hengsten verkocht naar Engeland (na 1895), waar ze voor de lijkkoetsen gespannen werden. De afgekeurde hengsten werden gecastreerd en gewoon in het werk gebruikt. Er gingen ook Friese paarden naar de Marechaussee. Ook de oude paarden werden afgemaakt.
In totaal zijn er op de stoeterij 322 paarden geweest waarvan dus 172 Friezen, van welke het merendeel dravers was. De fokkerij van het Friese paard ging vrijwel geheel met eigen materiaal.
In 1927 overleed de stichter, hij was 79 jaar en er waren toen nog slechts 5 paarden over.
In hoeverre de stoeterij van invloed geweest is op de fokkerij van het Friese paard, is niet bekend.
Aan prijzengeld werd door de stoeterij tussen 1894 en 1905 alleen al 11.000.-behaald.
Er hebben 5 hengsten van het Friese ras ter dekking gestaan t.w. Max (geb. 1885) met goede gangen, doch een zwakke rug. Hij werd in 1892 afgekeurd. Dan Regent (geb.1883) een mooi type met goede gangen. Deze hengst werd aangekocht tijdens een draverij in het Groninger land in 1893. Verder Drenthe I, een hengst van minder gehalte en spoedig weer verkocht. De prferente Sultan (geb. 1897) was een zoon van hem en gefokt op "De Oorsprong". Een hengst met een sterke achterhand, in die jaren van belang. En ten slotte de bekende hengst Alva, geboren in 1899 (van Regent). Een hengst met sierlijke gangen. Toen hij stierf in 1915 schreef van Eysinga in het register "Hiermede is de kroon van de stoeterij afgenomen??"
De grote tijd van de stoeterij viel tussen 1890 en 1910, in de glorietijd dus van het paard. Toen waren er tussen de 55 en 65 paarden op "De Oorsprong".
Enquete.
In het archief van "Het Paardenstamboek" bevindt zich een in februari 1895 onder de hengstenhouders gehouden enquete, met de volgende vragen:
-
Op welke wijze wordt Uw hengst gevoed en verpleegd.
- a.gedurende den dektijd.
- b.Bestaat er bij U een vaste regel omtrent het aantal dekkingen door Uwen hengst per dag te doen en van den tijd, die tusschen twee dekkingen moet verloopen, zo ja, hoe is dan die regel.
In het op 9 februari 1895 aan de vereniging "Het Paardenstamboek" verzonden antwoord van de stoeterij vermeldt:
Alle dekhengsten van de stoeterij ontvangen dagelijksch hetzelfde rantsoen.
Gedurende de dektijd ontvangen zij dagelijks: 10 kop haver a 50 kilo per hectoliter, in 3 maal.
De haver wordt steeds gevoerd vermengd met stroohaksel.
Het gehele jaar door ontvangen zij daags 10 pond hooi ongeveer en tusschenbeide een kopje geweekt lijnzaad.
In het geval een dekhengst veel dekken moet op een dag dan ontvangt hij in dien tijd een extra rantsoen haver en drie eieren.
Het aantal dekkingen is onbepaald; men kan iemand die met een merrie komt niet wegzenden om den volgenden dag terug te komen, maar tusschen twee dekkingen moeten minstens twee uur verloopen.
De hengsten staan allen los in boxen, worden geregeld gepoetst en komen alle dagen in de buitenlucht in de manege of onder den man of voor het rijtuig. Zooveel mogelijk hebben zij geen ijzers onder.
Hoogachtend,
A.J.Vegelin van Claerberge.
In het voorjaar van 1895 verscheen in "Mededeelingen en berichten der Friesche Maatschappij van Landbouw" en orgaan van de verenigingen "Het Friesch Rundveestamboek" en "Het Paardenstamboek" onderstaande advertentie betreffende ter dekking hengsten op de stoeterij.